Openbare plaatsen

Gatentekst

Lees goed de zin en selecteer het juiste woord.
1. Ik heb een nieuwe identiteitskaart nodig: ik ga naar .
2. Postzegels kan je kopen in .
3. Mijn fiets is gestolen! Ik ga naar .
4. Wanneer ik lange tijd ziek ben, verwittig ik .
5. Mijn oma heeft een klein pensioen en vraagt hulp bij .
6. Mijn neef zoekt werk: elke dag gaat hij naar om vacatures te zoeken.