Ga je mee?
Lees de vraag en kijk in de agenda.
Ik ga maandag om 10u zwemmen. Ga je mee?
- Ja, dat is goed.
- Neen, ik kan niet, ik heb Nederlandse les.
- Het spijt me, ik heb al een afspraak.
Zaterdagavond is er een feest om acht uur. Ga je mee?
- Ja, dat is goed!
- Neen, sorry, ik ga naar Oostende.
- Neen, het spijt me, ik moet werken.
Ga je woensdagvoormiddag mee naar de markt?
- Ja, dat is goed!
- Neen, het spijt me, ik ga zwemmen.
- Neen, sorry, ik kan alleen in de namiddag.
Ben je vrij dit weekend?
- Ja.
- Neen.
Wanneer heb je een afspraak bij de VDAB?
- Donderdagvoormiddag om half tien.
- Donderdagnamiddag om half tien.
- Donderdagvoormiddag om half elf.
- Donderdagnamiddag om half elf.
Wat doe jij op maandag in de namiddag?
- Ik ga naar de supermarkt.
- Ik ga naar de kapper.
- Ik ga naar Brussel.
- Ik moet werken.
Ben je thuis op dinsdagnamiddag?
- Ja.
- Neen.
Wat doe jij op zaterdag?
- Ik ga elke dag naar Oostende.
- Ik ga de hele dag naar Oostende.
- Ik ga 's avonds naar de zee.
Ik ga vrijdagavond om half negen naar een concert. Ga je mee?
- Ja, dat is goed.
- Graag!
- Neen, ik kan niet.
Ik heb donderdag een middagpauze van 12u tot 13u. Ga je mee iets eten?
- OK, geen probleem!
- Neen, ik heb al een afspraak.