Vraagwoorden

Gatentekst

Schrijf de woorden op de juiste plaats.
   Hoe      Hoeveel      Waar      Wanneer      Wat      Welke      Wie   
1. Hallo, ik ben André. ben jij?
2. Ik woon in Vilvoorde. woon jij?
3. Ik ben geboren in 1963. ben jij geboren?
4. Ik kom met de fiets naar school. kom jij naar school?
5. Mijn familienaam is Dupont. is jouw familienaam?
6. Ik heb vijf kinderen. kinderen heb jij?
7. Ik spreek Frans en een beetje Nederlands. talen spreek jij?