Persoonlijke Voornaamwoorden

Verwijzen met HIJ, ZIJ of ZE

Vervang de onderstreepte woorden door HIJ of ZE
Vrouwen hebben niet veel tijd. Vrouwen gaan minder weg dan mannen.
Mannen werken minder in het huis dan vrouwen. Mannen kijken meer tv.
Marco en Lien zijn vandaag 3 jaar getrouwd. Marco en Lien gaan op restaurant.
Marco luistert veel naar de radio. Marco speelt ook goed gitaar.
Mohamed heeft keelpijn. Mohamed heeft koorts.
Felicia doet boodschappen. Felicia koopt brood, fruit en groenten.
Salim heeft buikpijn. Salim eet te veel chocolade.
De kinderen zijn in de tuin. De kinderen spelen met de bal.