Index
ALLEMAAL en IEDEREEN
Selecteer de juiste vorm
1. Volgende week zijn we
allemaal
iedereen
thuis.
2. Is
allemaal
iedereen
klaar met de oefening?
3. Om middernacht gaat
allemaal
iedereen
naar huis.
4. We komen
allemaal
iedereen
samen aan het station van Vilvoorde.
5. Het is al laat.
allemaal
iedereen
is moe.
6.
allemaal
iedereen
is welkom op mijn feest.
7. Heb je die boeken
allemaal
iedereen
gelezen?
8. De kinderen zijn vuil, zij moeten
allemaal
iedereen
in bad.
9.
allemaal
iedereen
die koffie drinkt moet € 1 betalen.
10. We zullen
allemaal
iedereen
oud en grijs worden.
Controle
OK
Index