kennen, kunnen of weten ?


Selecteer de juiste vorm
1. Wie is de man op de foto? Geen idee, ik hem niet.
2. je mij even helpen?
3. jij hoe je tomatensoep moet maken?
4. Mijn moeder niet goed auto rijden.
5. Waar is het postkantoor, AUB? Het spijt me, ik het niet.
6. jij hoe je couscous maakt?
7. Mijn vader draagt een bril, want hij niet goed zien.
8. Ik je nu niet helpen, want ik heb geen tijd.
9. jij de weg naar Mechelen?
10. jij de naam van de lerares?